Familie log in

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Geschiedenis deel1

De wordingsgeschiedenis van het Landgoed 
Het Westersche Veld van Rolde (deel 1)
 In den beginne.... was er slechts heide. 

Inderdaad, op de stafkaart van 1902 staat het Westerveld van Rolde aangeduid als één groot perceel heide tussen de Grolloërstraat, de Holten en de Amerzandweg. De plas Klaassteen is ingetekend, evenals een zandweg, de Kruisweg genaamd, lopende vanaf de Grolloërstraat bij Vredenheim, diagonaal over de heide tussen de beide grafheuvels door in het huidige Stevensbos naar de Amerzandweg ter hoogte van het noordelijk Benesbosje. In het noorden van de hier beschreven driehoek liggen de Markengronden met de stuifzanden: ‘de Zandverstuiving’, het ‘Bosbad’ en een klein ven in die omgeving. In het zuiden in de Holten liggen een aantal weideperceeltjes vanaf het “Bosje van De Groot’ naar de madegronden bij het Deurzerdiepje. Verder staan op de kaart enkele akkertjes rond hoeve ‘Vredenheim’ en rond een opstand op de hoek van de Grolloëerstraat en de weg naar Nooitgedacht. Kooyenburg, Marwijkshoeve en de boerderijen aan de Klaassteenweg waren er nog niet, ook de Klaassteenweg zelf staat niet ingetekend. De heide grensde tot aan de Grolloërstraat.

De stafkaart uit 1920 toont al enige ontwikkeling van het gebied. Langs de Grolloërstraat staan nu drie boerderijen met daar omheen langs de weg een aantal ondiepe aaneengesloten akkertjes. De percelen zijn klein, omdat ze met de hand bewerkt moesten worden. Kooyenburg, Marwijkshoeve en een boerderij ter hoogte van ‘Grolloërstraat 14’ staan ingetekend. De Klaassteenweg loopt als zandweg tot Hollandschhoeve, waaraan Weltevreden en Klaassteenweg 2 liggen. Voor en achter de boerderijen liggen bij elk een smalle strook bouwland. Akkerland aan de noordzijde en weiland aan de zuidzijde. Tussen de behuizingen ligt heide, verkaveld in smalle stroken, die vanaf de Holten richting de Rolder kerk lopen, tot aan de Marker es gronden. In totaal liggen tussen de Amerzandweg en de Grolloërstraat 37 van die lange kavels met een gemiddelde breedte van 27 meter naast elkaar. Enkele kavels waren nog in de lengte gesplitst en behoorden aan verschillen (familie)eigenaren. Het was dus zeker niet zo, dat de ‘heide’ een gemeenschappelijk bezit van de Rolder gemeenschap was, alleen het gebruik was gemeenschappelijk. (zie tekst De torenverkaveling van Rolde van Wim Houtman. De Kloetschup maart 2000)De Kruisweg (op de kaart uit 1902) is verdwenen, daarvoor in de plaats liggen er nu twee nieuwe karresporen waarlangs het vee van Rolde naar de madegronden in de Holten werd geleid. De Oosterholtweg liep vanaf de meest oostelijke weidepercelen in de Holten - ter hoogte van het achterste bos op de grens van het huidige vak 3a en 3b - via de heide van de veengaten, ongeveer over het middenpad van het Stevensbos, zwak afbuigend langs het Meeuwenven om tenslotte ter hoogte van het bosbad op de Amerzandweg uit te komen. Na het afplaggen van een stuk heide bij de veengaten in 1987 was deze weg nog als een grasstrook te herkennen en ook tussen het Meeuwenven en het ‘zwembadje’ (het Hennetje en het Haantje) was deze nog aan het verschil in vegetatie te onderscheiden.De Westerholtweg liep van de Holten bij de Hardenbergweg over de huidige akker van Schoon naar de Amerzandweg ter hoogte van het zuidelijk Benesbosje. Beide wegen waren de kortste verbinding tussen de woonkern van Rolde en de weidepercelen in de Holten waarlangs het vee van en naar stal liep en met hun stront de weg bemestte. Het waren openbare wegen in eigendom van de Boermarken. Steven Duintjer had in 1927 al voor het tweede jaar de villa ‘Het Ruige Veld’ te Rolde als zomerverblijf gehuurd. Met zijn broer Jurjen Duintjer en met Evert Benes bejaagde hij de Drentse heidevelden in de omgeving. Toen in juni en juli van dat jaar grond in het Wersterveld te koop werd aangeboden, besloten zij hierop in te tekenen. Het bleek om een strook grond midden in de hei te gaan, een strook waarop nu de Eikenlaan naast Weltevreden tot het ‘Vogelbosje’ ligt, groot 1.64 ha, en een strook vanaf de Klaassteenweg door het Stevensbos naar de Holten, groot 4,26 ha.Steven tekende erop in en verkreeg de percelen voor een prijs van ƒ 56,=, resp. ƒ 61,= per ha. Bij een bezoek aan zijn eerste bezit bleek de strook aan de noordzijde ter hoogte van het vogelbosje 9m breed te zijn en 400 m. lang naar zuiden wat uitwaaierend. De aankoop was een bron van grote hilariteit in de familie. Men vroeg naar zijn ‘Kegelbaan’ of ‘Startbaan voor z’n vliegtuig’.

Hij blijft echter dromen over een eigen vakantiehuis in deze buurt en schrijft nog hetzelfde jaar voor ƒ 1.310,= in op een ‘Tabros-barak’ van de politietroepen te Losser, die door Domeinen te koop wordt aangeboden. Deze inzet is echter te laag en de koop gaat niet door. Dirk Jordaan bemiddelt op 21 oktober 1927 bij de koop van een tweede barak, welke tegenover het station te Dinxperloo staat. Er wordt voor ƒ 1.625,= ingezet en gegund voor ƒ 1.800,=. Tegelijkertijd wil de heer Dunbar zijn zomerverblijf ‘Het Ruige Veld’ wel verkopen voor ƒ 32.000,=. Vanwege het prijsverschil tussen de grote van steen opgetrokken villa en die voor de houten barak noemt de familie de nieuwe aanwinst ‘de Keet’, terwijl Steven zijn bezit in de archieven zijn ‘Home’ blijft noemen. De barak staat echter in Dinxperloo en moet binnen 14 dagen na het passeren van de koopakte van het terrein verdwenen zijn! Daar hij nog geen terrein heeft om de barak, tot op de grond gedemonteerd, op te slaan, regelt hij met de nieuwe eigenaresse van de grond, de weduwe Klompe, een half jaar huur van de grond en gaat naarstig op zoek naar een nieuwe plaats in de omgeving van Rolde voor zijn nieuwe buitenhuis.In het archief is de correspondentie uit die tijd aanwezig waaruit kan worden opgemaakt, dat bij de drie jagers het plan rijst door verder aankoop van heidegronden in het Westerveld een landgoed te stichten, ten dele ten behoeve van heet uitoefenen van de jacht, maar ook om de heide te ontginnen en er een agrarisch en een bosbouwbestemming aan te geven. De exploitatie zou een NV-structuur moeten hebben, waarin het landhuis zou moeten worden opgenomen, teneinde de toeristenbelasting te ontlopen.Op 21 februari 1928 worde Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende goederen opgericht, nadat de statuten ministerieel waren goedgekeurd. De maatschappij werd opgericht voor een periode van 30 jaar en stelde zich tot doel: ‘het verkrijgen en exploiteren van huizen, gronden en andere onroerende goederen, het verhuren en huren van jachtrechten, het ontginnnen van woeste gronden en alle andere handelinge, die deel uitmaken van een ontginningsmaatschappij’. De NV wordt bestuurd door een driemanschap. E. Benes blijkt op de oprichtingsvergadering de voorzitter te zijn, Jurjen Duintjer treedt op als directeur van de NV en Steven Duintjer als commissaris. De NV plaatst 6 aandelen van ƒ 1.000,=, twee per persoon, die worden volgestort met de inbreng van de verkregen onroerende goederen. Door de koop van de barak blijkt Steven zoveel onroerend goed in te brengen, dat hij nog eens 2 aandelen verkrijgt en die dan op naam van zijn vrouw E.F. Duintjer - Jordaan. Een en ander moet wel worden opgemaakt uit de summiere notulen van de volgende aandeelhoudersvergaderingen, waarbij steeds worden geschreven over de aanwezigheid van 4 aandeelhouders met 8 aandelen, warvan er 6 stemgerechtigd zijn (?). Was vrouwenemancipatie in deze maatschappij nog niet doorgedrongen.?Had één van het driemanschap - mogelijk de directeur - geen stemrecht? Nog meer verwarring brengen de eerste statuten in de Staatscourant van 19 maart 1928, waarin geschreven wordt over 25 aandelen, waarvan er 9 zijn geplaatst en volgestort. Dertig jaar later, in 1959, heeft de eerste stautenwijziging plaats en blijken er 50 aandelen te zijn, waarvan de helft is geplaatst en volgestort. De NV, aanvankelijk te Wildervank gevestigd, blijkt dan naar Rolde te zijn verplaatst. Tussen de eerste statuten en de tweede worden in de notulen geen enkele wijziging vermeld. In de tweede wordt NV in een BV omgezet en is de geldigheid zoals gebruikelijk voor onbepaalde duur.De NV heeft dus aan het begin aan onroerend goed twee smalle stroken heide en een houten barak op een stukje gehuurde grond in Dinxperloo.

De Rolder gemeenschap wil eigenlijk van het woonwagenkamp af en de Volmachten der Markgenoten zijn bereid die grond aan de weg Rolde - Nijlande groot 1 ha voor ƒ 2.100,= aan de NV te verkopen, een stukje zandverstuiving waar watervoorziening een probleem was. De barak wordt in Dinxperloo gedemonteerd en op een nieuwe fundering in Rolde in elkaar gezet. Kosten (exclusief loodgieters; en schilderwerk!) ƒ 2.784,=. Bij de voordeur wordt een bak gemetseld voor de opvang van regenwater van het vrij grote dak. Over electriciteit werd niet gesproken, waarschijnlijk werd met een handpomp een drukvat in de kelder met water gevuld. Toen er eenmaal electriciteit was, werd aan de noordzijde van het huis een pomp geslagen die een tweede drukvat in de kelder kon vullen. De waterader op 30m diepte had maar een geringe capaciteit, zodat menig zomer met de gierkar water vanaf de zuivelfabriek moest worden aangevoerd.Midden juli 1928 kon het huis worden betrokken. Steven huurt het tot september en Jurjen de maand daarna.

Over het huren van jachtrechten wordt in de archieven niets vermeld, maar toch wordt door de maatschappij een jachtopziener (H.W. Hendriks) in dienst genomen. Er worden 10 fazantenhanen en - hennen gekocht om in het jachtveld onder Balloo en in de Slokkert te worden uitgezet. Met de Heidemij wordt contact gezocht om voor ƒ 200,= het terrein rond het huis door beplanting te ‘verfraaien’.Het volgende jaar gaan de grondaankopen door. Op 29 april 1929 wordt weer een strook heide aangekocht, nl. ongeveer 1/3 van de akker tussen Hollandsch Hoeve en de snelweg, westelijke zijde met de eikenwal. Gedeeltelijk in het verlengde hiervan wordt ook een strook van Hollandsch Hoeve tot de Holten aangekocht. Even later koop Benes voor de maatschappij enige akkers en wat heide aan weerszijde van de Amerzandweg van de ‘Kosterie en Pastorie der Ned. Hervormde Gemeente te Rolde’. Voor de Kosterie tekent de kerkeraad en voor de Pastorie de dominee de verkoopakte. De akkers blijken eigenlijk nooirt bij de maatschappij in beheer te zijn geweest. De familie Benes liet er in 1936 een boerderij bijbouwen (boerderij van Tepper) en voegde er later nog enige akker aan toe. Per 1 mei 1938 werden deze gronden aan de familie Benes overgedragen en de heidegronden per advertentie te koop aangeboden. Of de familie Benes deze perceeltjes, vermoedelijk de ‘Benes-bosjes’, heeft teruggekocht is niet duidelijk. De naamgeving zou er wel op wijzen.Het oostelijk deel van het Juffersbos, het gehele meeuwenvencomplex en 5 kadastrale stroken in het Middenbos en de grote Heide bevatte de volgende aankoop. Aan het einde van dat jaar werden nog drie ‘Kopslagjes’ aangekocht in de Nijlander Es. Het is niet duidelijk waar die gelegen hebben.Op 23 april 1931 werd van de veehandelaar K.J. Kuperus voor ƒ 14.500,= de boerderij Weltevreden aangekocht. Het is een 40 ha. Groot bedrijf met een 13 ha. Grote akkerstrook achter de boerderij richting dorp en een 27 ha. Grote weilandstrook naar het zuiden. De grond en woning waren vrij van pacht, daar een familie de Jong het bedrijf verlaten had. De schuur onderging een grote verbouwing en de Heidemij krijgt de opdracht het eerste jaar voor een eigen exploitatie te zorgen en uit te zien naar een nieuwe pachter.

Tot nu toe waren de heidepercelen te veel versnipperd om al aan ontginning en bebossing te denken, maar door de aankoop van nog twee stroken heide kon met de inplant van vak 4a, de ‘Oostenrijkse dennen’, vak 3p, nu de ‘de Vijver’ geheten, en vak 3q, ten noorden hiervan worden begonnen. Helaas worden de jaarverslagen op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders telkens jaren mondeling uitgebracht, zodat uit sumiere opgestelde notulen weinig over de werkzaamheden op het landgoed bekend is. Herinneringen van de plaatselijke bevolking konden soms als bron worden gebruikt. Zo vertelde oude Piet Brands, dat de Heidemij de arbeidskrachten voor deze ontginning uit de bevolking van Rolde betrok. Met zijn kornuiten had hij de bovengenoemde vakken met de schop omgespit en beplant voor 40 cent per uur. Verder blijkt de jachtopziener Hendriks te zijn ontslagen. Hij wordt opgevolgd door G. Huisman.Uit 1932 valt verder te melden, dat de ontginning wordt voortgezet. B. Ruben komt als pachter voor 3 jaar op de boerderij tegen een pachtprijs van ƒ 11,= per ha. Het financieel beheer van de Heidemij is zo’n chaos, dat aan het einde van het boekjaar geen jaarstukken kunnen worden gepresenteerd. Ook de financiële toestand van de NV is bedroevend door de verwoedde grondaankopen, terwijl alleen de pachtinkomsten van Weltevreden daar tegenover staan. Steven Duintjer heeft uit eigen beurs voor de meeste aankopen gezorgd, omdat het er niet naar uitzag, dat er in de nabije toekomst voldoende inkomsten in het NV-laatje zou komen. Er wordt dus besloten Stevens schuld te vereffenen met nog eens 16 aandelen, die nog niet in portefeuille zijn. Ondanks deze geldzorgen gaat het driemanschap door met grondaankopen. Van de bijna failliete ontginningsmaatschappij de ‘Isodorushoeve’, gelegen aan de Borgerzandweg (!) worden enig heide- en bouwland percelen in het ‘Hoge Veld’ aangekocht. (meer gedetailleerd beschreven in de driehoek Grolloërstraat - Borgerstraat: 30 ha. Heide en plassen aan de Hogeveldweg en 10 ha. Bouwland bij Nooitgedacht, prijs ƒ 2.030,=). Naast het te koop aanbieden van de onrendabele heide kwamen in het diepst van de crisisjaren ook veel pachtbedrijven op de markt. Doordat geld uit andere bronnen bij het driemanschap wel aanwezig was, werd op 3 maart 1933 de 24 ha. Grote pachtboerderij ‘Hollandsch Hoeve’van de erven Noordenbos voor ƒ 5.830,= gekocht. Dit bedrijf met pachter H. Veldman bestond uit een woning met 5 percelen bouwland te zuiden van de boerderij tot en met een weideperceel in de Holten en 4 percelen, ongeveer 2/3 overlangs (4b) aan de noordzijde. Deze akkers grenzen aan de reeds eerder aangekochte heidestroken aan de westzijde. Verder liggen er wat akkers aan de oostzijde richting Weltevreden. Er komt dus enige tekening in het landgoed.Pachter Ruben van Weltevreden kan niet aan zijn pachtverplichtingen voldoen en verlaat in de eerste maanden van 1935 dit bedrijf met achterlating van een schuld aan de NV van ƒ 723,=. Hij wordt per 1 mei 1935 opgevolgd door J. Venema.

Behalve enige kleine aankopen van akkertjes aan weerszijde van de Amerzandweg, een strook in het bos bij het voormalige zwembad en op de zelfde hoogte aan de andere kant van de weg, volgt op 18 juli 1935 dat jaar nog de aankoop van een strook van het ‘caravanbos’. Op 23 januari 1936 passeert dan de akte van aankoop van 31 ha heidegrond van de familie Stoet te ‘s Gravenhage. Hierdoor is het perceel rond het ‘Meeuwenven’ compleet, evenals aaneengesloten het grootste deel van het Middenbos en de Grote heide. Aan het einde van dat jaar wordt nog een akkertje van 30 are op de Rolder es onder de naam ‘de vorste Amelsakker’ gekocht. Dit is de grond aan de Van Mentadalaan, waarop nu nog de oude eiken staan. Op dit perceeltje zal aan het einde van de veertiger jaren, als Steven definitief in Rolde gaat wonen, een moestuin worden aangelegd. Al deze aankopen werden waarschijnlijk voorgefinancierd door Steven, daar de NV onmogelijk deze aankopen kon financieren. Toen ook in 1937 Jurjen Duintjer kwam te overlijden, kwamen alle aandelen in Stevens bezit en werden zij opgedeeld in 14 aandelen op zijn naam en 11 op naam van zijn vrouw, E.F. Duintjer-Jordaan. Steven wordt nu directeur en zijn vrouw commissaris. Over de deelname van E. Benes wordt niet meer gesproken. Sterker nog, door een verrekening met E. Benes betreffende de ‘akkers van Tepper’, blijkt de maatschappij te zijn uitgekocht. Aanleiding hiertoe was mogelijk de veranderde landbouwpolitiek van de regering. De overheid startte nl. in deze jaren van werkloosheid een aantal projecten in werkverschaffing ter verbetering van de Drentse landbouwgronden stimuleerde met 90% subsidiëring het particulier initiatief ook de gronden in particulier bezit te verbeteren. Hierdoor zagen de Drentse akkerbouwers weer toekomst.
In plaats van verkopen, behielden de akkerbouwers nu hun heidegronden. Ook de NV zag meer in het ontginnen van heidegronden dan in het opkopen van reeds bestaande landbouwbedrijven met een minimale pacht. Bovendien was de overeenkomst met de pachter Ruben geen succes geweest en kon Steven het ook niet erg goed vinden met de pachter van Hollandsch Hoeve, Veldman. Er wordt met de gedachte gespeeld de akker 4b (gedeeltelijk) uit de pacht van Hollandsch Hoeve te halen het perceel 4b bouwrijp te maken met de perceeltjes 4c t/m h om er een landbouwproefbedrijf te stichten. Omstreeks diezelfde tijd kwam vanuit de overheid op bedrijf Kooyenburg aan de Grolloërstraat een staatsproefbedrijf van de grond. Dit is waarschijnlijk de reden geweest waarom van het particulier proefbedrijf werd afgezien. Over het vertrek van Veldman en de komst van Fluks wordt in de archieven niets meer vermeld.