Familie log in

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Waardevol Groen

Het boek Waardevol Groen is een absolute aanrader om te lezen! 

 

Samenvatting

De groeiende rol van de markt in landschap en natuur

Dit boek bestaat uit drie onderdelen. Het boek begint met een schets van het heden en verleden van natuur in Nederland en de rol van particulier grondbezit. Daarna volgt een groot hoofdstuk met een serie persoonlijke interviews over wat particuliere natuurbeheerders bezig houdt. In datzelfde hoofdstuk staat een overzicht van bestaande en toekomstige inkomstenbronnen en financieringswijzen, ter inspiratie van terreinbeheerders
uit allerlei achtergronden. Dat overzicht eindigt met een reeks ideeën voor aanpassingen in het overheidsbeleid, om de regeldruk te verminderen en de ruimte voor ondernemerschap te vergroten.

Geschiedenis

Al voor de Romeinse tijd begint de afname van het bosareaal, tot rond 1800 een dieptepunt wordt bereikt met 100.000 hectare. Dat is 3% van Nederland. Tegelijk neemt eeuwenlang de oppervlakte aan woeste grond toe, tot een hoogtepunt rond 1800 met 1 miljoen hectare, ongeveer een derde van Nederland. Zo ontstaan grote oppervlaktes heide waar boeren hun schapen laten weiden. In hoog- en laagveen wordt turf gewonnen.
Particulieren beginnen al voor de 18e eeuw met de aanleg van buitenplaatsen langs de Vecht en in de strook achter de duinen tussen Wassenaar en Bloemendaal. Een deel van
de eigenaren besluit dat de buitenplaatsen zichzelf moeten bedruipen. Dat lukt eeuwenlang uit inkomsten van met name agrarische pacht, jachtrechten en houtproductie.Zo ontstaan de multifunctionele landgoederen die we nu nog kennen.
Particulieren gaan in de 19e eeuw woeste gronden ontginnen voor graanteelt en houtproductie. Zij kopen op grote schaal domeingronden van de overheid die deze inkomsten goed kan gebruiken vanwege de grote staatschulden die zijn ontstaan in de Franse tijd. Een groeiende vraag naar mijnhout en looistof uit eikenschors voor de leerindustrie versterken de bebossingtrend. Na de opkomst van kunstmest en de concurrentie van goedkope Australische wol vervalt de economische basis onder het gebruik voor de schapenhouderij van woeste grond. De regelingen voor het gemeenschappelijk gebruik
van de woeste grond in de vorm van marken, malen en gemeynten, die waren ontstaan in de Middeleeuwen, verdwijnen eveneens.

Particulieren bezitten aan het eind van de 19e eeuw vrijwel alle bos en wat er nog over is van de woeste grond. Begin 20e eeuw groeit de rol van de overheid, die zich in de 19e eeuw juist geheel had terug getrokken uit het bosbeheer. Staatsbosbeheer gaat productiebossen aanleggen en beheren. De particuliere vereniging Natuurmonumenten gaat bijzondere natuur kopen en beheren.

Vanaf de jaren vijftig van de 20e eeuw daalt de houtprijs als gevolg van mijnsluitingen. Ongeveer tegelijk stijgen de lonen snel. Voor veel landgoederen valt daardoor de belangrijkste inkomstenbron weg. Nog een andere trend treft de landgoederen: onder invloed van Europa krijgt schaalvergroting en daarmee ruilverkaveling greep op de landbouw. Vanwege hun kleinschalige landbouw die op landgoederen wordt uitgeoefend, vallen voor veel landgoedeigenaren de landbouwinkomsten terug. Zij verkopen hun bezit aan terreinbeherende organisaties (TBO’s) zoals Natuurmonumenten en daarvan afgeleide provinciale Landschappen. In diezelfde tijd wordt de opvatting steeds algemener dat natuur een collectief goed is en dat het een taak van de overheid is deze te financieren. Het rijk subsidieert daarom een steeds groter deel van de aankoop en het beheer door TBO’s en het beheer door particulieren. Sinds 2012 is dit onderscheid in benadering van verschillende eigenaarsgroepen vanuit de rijksoverheid verdwenen.

Nu is nog bijna de helft van het bos particulier bezit. Buitenlui, burgers met kleine stukjes grond, beschikken over 13% van alle bos. Samen met de eigenaren van meer dan vijf hectare, blijkt ruim 45 procent van het bos in particuliere handen. De overige natuur is vooral in handen van Staatsbosbeheer en TBO’s. Cijfers over het particulier bezit van bijvoorbeeld heide, hoog- en laagveen zijn vrijwel niet te vinden. Wel blijkt uit gegevens uit 2010 van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat ongeveer 95% van het totale areaal van landgoederen (125.000 hectare) binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) ligt. Landgoedeigenaren beheren daarmee bijna 20% van de totale EHS. Dit aandeel is iets groter dan bijvoorbeeld Natuurmonumenten (circa 100.000 hectare) en de provinciale Landschappen (circa 90.000 hectare).

Overheden en de natuursector zijn op zoek naar nieuwe inkomstenbronnen en alternatieve financieringsvormen. Dit boek bevat vele voorbeelden waaruit blijkt dat de natuursector steeds vaker luistert naar ‘de klant’ en dat burgers en bedrijven bereid zijn mee te denken en mee te doen. Inspirerende innovaties zijn het gevolg. Het vertrouwen
is groot dat de markt op die manier een flink deel kan compenseren van de krimpende subsidiestroom.

Toekomst

Er zijn volop kansen om met bos en natuur geld te verdienen en om met andere manieren van financiering de aanleg en het beheer te bekostigen. Het oogsten van meer hout bijvoorbeeld en een intensievere benutting van biomassa kunnen inkomsten vergroten. Kiezen voor andere soorten bomen en toekomstgerichte beheersmethoden kan de kosten beperken.

Het aantal particuliere landgoederen kan weer toenemen. In de eerste plaats gaan TBO’s wellicht hun landgoederen verkopen om de bezuinigingen op te vangen. Eigenaren van bestaande landgoederen alsmede gefortuneerde landgenoten die hun geld op een positieve manier willen besteden, hebben interesse getoond.
Eén van de belangrijkste kenmerken van de meest succesvolle landgoederen is de multifunctionaliteit. Zeker in deze tijd van bezuinigingen wint het multifunctionele landgoed aan populariteit. Om de bedrijfsvoering zo veelzijdig te kunnen invullen, is maatwerk van overheden nodig. Bij de beoordeling van plannen moeten zij leren kijken naar het saldo van het geheel. Het komt nog regelmatig voor dat kansrijke ontwikkelingen niet kunnen worden ontplooid doordat een specifiek beleidsonderwerp roet in het eten gooit.

Tenslotte: natuur bevordert de economie. Een recent KPMG- onderzoek naar de Utrechtse Heuvelrug toont dat 17% van de banen in de regio verbonden is met de natuur, een omzet van € 82 miljoen per jaar afkomstig is van natuurgerelateerde activiteiten, de huizen gemiddeld 17% meer waard zijn, de gemeentelijke OZB daardoor jaarlijks
€ 2 miljoen meer oplevert, de toeristenbelasting nog eens € 115.000 binnenbrengt en waterschappen jaarlijks € 680.000 minder kwijt zijn aan waterzuivering. Iets dergelijks zien we ook in het buitenland. De herintroductie van de wolf in Yellowstone National Park bijvoorbeeld geeft de lokale economie een stimulans van 35 miljoen dollar per jaar. De wolf en het park profiteren daar direct van via de entreekaartjes van de bezoekers. Probleem is in beide gevallen dat een flink deel van de extra omzet gaat naar ondernemers die niets bijdragen aan de instandhouding van de natuur en de voorzieningen voor bezoekers. In dit boek staan diverse manieren beschreven om dat probleem te helpen oplossen.

Interviews

Voor dit boek is gesproken met zeventien landgoedeigenaren, diverse adviseurs, rentmeesters, deskundigen en wetenschappers. Niet een van hen is somber, allemaal zien ze kansen, ook al zijn de marges vaak smal. De landgoedeigenaren spreken openhartig over doelen, werkwijzen, inkomsten en uitgaven. Met die transparantie willen ze een nieuwe relatie met de samenleving opbouwen, met overheden, omgeving en vrijwilligers.
De verantwoordelijkheid naar de vorige generaties én naar de toekomstige, maakt particuliere natuurbeheerders terughoudend met grote veranderingen. Tegelijk zijn het ondernemers die risico’s durven nemen. “Wel met de tijd meegaan, maar niet met de waan van de dag”, zoals de eigenaren van landgoed Vilsteren de achtergrond van hun
beleid formuleren.
Niet alle bezuinigingen kunnen worden opgevangen door andere manieren van financiering. Diverse natuurbeheerders hebben in de interviews aangegeven dat ze hun beheer moeten gaan versoberen. De meeste subsidiecontracten lopen nog enkele jaren door, maar daarna zullen keuzes moeten worden gemaakt. De effecten van de beleidsbeslissingen voor de biodiversiteit en de recreatieve gebruiksmogelijkheden van de Nederlandse natuurgebieden zullen over enkele jaren zichtbaar worden.

Verdienmodellen en alternatieve financieringsvormen

Bos, gebouwen, weiden en akkers vormden eeuwenlang de economische pijlers onder het landgoedbezit. Maar hout, jacht en pacht leveren steeds minder op. Nieuwe inkomstenbronnen komen op, zoals recreatie, nieuwbouw, erfpacht, klimaatdiensten, natuurcompensatie, zand- en grindwinning, fondsen en bijdragen van particulieren en
bedrijven. Landgoedeigenaren onderzoeken ze in de praktijk.
Deze interviews en vele gesprekken met deskundigen, wetenschappers en adviseurs, aangevuld met vakliteratuur, congressen en bijeenkomsten leverden ruim honderd verdienmodellen en financieringsvormen op, alsmede tips voor overheden voor meer vrije markt in natuur en landschap. Daarin zitten veel kennis, ervaring en waardevolle
ideeën voor de financiering van natuur en landschap. Achter elk idee zitten mensen die erin geloven en die het verschil maken tussen mislukking of succes

De link naar het gehele boek met advies het bestand te downloaden op je eigen computer:

http://www.innovatienetwerk.org/nl/bibliotheek/rapporten/527/WaardevolGroen.html

Veel leesplezier.