Familie log in

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Geschiedenis deel 4

Het drama ‘de Slokkert’ is een ander verhaal. Oorspronkelijk was dit terrein, een akker met wegbermen en een plas met grazig oeverland, privé-bezit van Steven Duintjer. Met dit terrein als basis hoopte hij de jachtrechten voor omliggende terreinen te verkrijgen. Daar de Heidemij diverse landgoederen in de omgeving onder zijn beheer had, werd dit terrein zonder schriftelijke overeenkomsten meegenomen door de akker nu eens aan de een, dan weer aan de ander voor een jaar te verhuren en het vee van deze landgoederen af en toe in te scharen. Als op een gegeven moment een knallende ruzie plaatsvindt tussen een te eigenmachtig optredende Heidemij en het landgoed Meinderdsveen van Hessel Duintjer en de samenwerking wordt verbroken, boert dit landgoed op de Slokkert en wordt de huur tussen de neven onderhands voortgezet. Met de ruilverkaveling in zicht vordert de bedrijfsleider van dit landgoed bij de pachtkamer op basis van de mondelinge afspraken het opmaken van een pachtcontract en zit Steven de volgende jaren hieraan vast. Na het overlijden van Steven wordt het beheer van de Slokkert door de B.V. overgenomen en leverde dit terrein bij de ruilverkavelingcommissie in, zijnde 5% van de verplichte grondinlevering. De akker wordt aan de omliggende boeren toegewezen en de bedrijfsleider van Meinderdsveen stond als pachter bij de B.V. op de stoep voor compensatie. De maatschappij was verplicht bij de ruilverkavelingcommissie nieuw land te kopen of een deel van zijn bouwgrond binnen het landgoed af te staan. Dat de pachter alleen akkoord gaat met de beste akkergrond, desnoods midden in het landgoed, leidt tot veel geruzie. Uiteindelijk gaat hij akkoord met het nieuw verkregen land van Hardenberg naast het 2e Benesbosje. Een akker zo ver van het moederbedrijf vraagt om verwaarlozing. Onder lichte pressie van een hoge pachtprijs en de vervuiling van het land wordt na twee jaar het pachtcontract verbroken en kan het gebruik van de grond weer bij die van de B.V. worden gevoegd. Gaan wij nog even terug naar het snuffelen naar de koopcontracten in het archief. Hieronder bevindenzich bescheiden over de koop van een half vierdeel , waardeel van de onverscheiden Marke van Rolde. Met andere woorden, heeft de B.V. een bepaald stemrecht in de Boermarken en er zou uitgezocht moeten worden welke rechten hieraan verbonden zijn, en wanneer de B.V. van de rechten gebruik kan maken. Geleidelijk aan wordt het landgoed met meer visie beheerd. Gaf oorspronkelijk Steven opdracht aan de Heidemij tot uitvoering van bosinplant en dergelijke, na zijn overlijden werd een beheerscontract met de Heidemij gemaakt en werd met de directie het landgoed gezamenlijk gerund. Er werd een lange termijn visie gemaakt, waarbij de toekomst van elk vak bekeken werd op landbouwgebied, op bosexploitatie, op recreatie en op natuurbehoud. Een en ander werd noodzakelijk door de veranderingen, die de ruilverkaveling veroorzaakte. De landbouw werd grootschaliger, dus moesten er binnen het terrein afwateringssloten komen. Door diep woelen werd de structuur van de bouwgrond verbeterd en uiteindelijk werden er leidingen voor een beregeningsinstallatie aangelegd en het land gedraineerd. Juist toen de eerste bospercelen kaprijp begonnen te worden – het Juffersbos was net gekapt- raasde in november 1972 een wervelende storm over Drenthe welke hele vakken bos in de provincie velde. Ook op het landgoed ging veel bos verloren, ontworteld, afgeknapt en de kruinen getordeerd. Stormsubsidie verlichtte de hoge kosten van het opruimen van het waardeloos geworden hout enigszins! De myxomatose epidemie onder de konijnen rond 1955 deed de vraatschade aan de jonge bosaanplant sterk verminderen. Het einde ervan rond 1970 deed de inplant van de stormvlakten steeds weer mislukken, totdat de overheid subsidie gaf voor het ingazen van de in te planten vakken. Binnen de omgazing groeide ook een natuurlijke verjonging op, wat weer tot hogere kosten van onderhoud van de aanplant leidde.  Venema gaat in 1972 in Assen wonen wegens het bijzonder onderwijs van zijn kinderen. Vanuit Assen blijft hij zijn grond bewerken. De woning wordt achtereenvolgens aan verschillende gezinnen verhuurd. Ook Fluks vertrekt in 1976 uit Hollandsch Hoeve. Gepoogd wordt nu op het landgoed één landbouwbedrijf te krijgen, gerund door Venema met een hulpkracht. Dit is geen daverend succes. Ook al omdat een boer op zijn land moet wonen en ’s nachts moet kijken of de beregening het nog wel doet. Een deel van het land wordt nu onderverhuurd, terwijl in 1983 Steven van der Blij, Hollandsch Hoeve betrekt en een deel van de akkers gaat bewerken. Hij huurt de woning en poogt als pachter van de akkers een bestaan op te bouwen. In 1983 zijn de ruilverkavelings perikelen eindelijk achter de rug en krijgt het landgoed een nieuwe kadastrale indeling. Dit betekent niet dat er rust in de tent komt. De schuur van Weltevreden staat op instorten en moet geheel vernieuwd worden. Om dit financieel mogelijk te maken wordt over de verkoop van het Hoge Veld gedacht. Het is nog steeds een mooie heide, maar begint met berken dicht te groeien en te vergrassen. Behalve een aantrekkelijke eendenjacht is het terrein alleen een luxe en een verliespost voor de B.V. In 1985 wordt het aan het Ministerie van Landbouw verkocht. Verliest de B.V. een mooi natuurterrein buiten het eigenlijke landgoed gelegen, het wordt een moderne landbouwschuur rijker. In zware ijsregen, welke veel schade aan de eiken langs de lanen en in het veld bracht, werden de laatste dakplaten gelegd. Op de valreep moet in dit verslag ook vermeld worden, dat de vergrassing en het dichtgroeien van de heidevelden de laatste jaren meer aandacht kreeg. In het laatste jaar van dit verslag werd de heide van de veengaten machinaal afgeplagd in de hoop een schone heide terug te krijgen. Het blijven voorlopig experimenten.