Familie log in

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Geschiedenis deel 3

Er lag nu een mooi landgoed, maar de financiële toestand was nog bijzonder slecht. De pachtopbrengsten waren laag, hout kon nog nauwelijks worden verkocht (alleen dunningshout voor bonenstokken!) , de bos-inplant (dit jaar 38 ha) en de verzorging van de jonge opstand vroegen veel geld. Een en ander werd door Steven en zijn vrouw gescheiden voorgeschoten, waardoor het verlies-saldo jaarlijks toenam. Door de schaarse gegevens in de jaarstukken is het financieel beheer niet erg doorzichtig. Ook blijkt de jacht voor een deel in de administratie van de N.V. te zijn ondergebracht. De ontvangen jachtonkosten van de medejagers worden wel, maar de uitgaven t.b.v. de jacht, worden niet  in de boeken bijgeschreven. Verbouw in eigen beheer op enige landbouwgronden gaf weinig verlichting. In 1956 kunnen de beide boerderijen op het elektriciteitsnet worden aangesloten, wat tevens aanzet tot modernisering van het interieur, o.a. door het verbeteren van het toilet en de douche-voorziening. Doortrekken van de elektriciteit naar de Amerzandweg was blijkbaar te kostbaar. Op de boerderij van Tepper ratelde tot 1976 nog ’s nachts een generatormotor om eigen elektriciteit op te wekken. In 1957 kon een goede prijs gemaakt worden voor de drie stukjes akker in de Nijlander Es. Op 19 februari werden zij, nadat te veel konijnenschade in een uienperceeltje (?) moest worden vergoed, en groot 29 are voor f 437.- verkocht aan Boelens te Nijlande. Dit jaar gaat ook de gemeente Rolde de Rolder Es tot villapark volbouwen. De moestuin op de ‘Voorste Amelsakkers’ hangt onteigening boven het hoofd. Toch zal het nog 4 jaar duren alvorens hier huizen verrijzen. Per brief van de Gemeente d.d. 16 maart 1961 wordt bevestigd, dat de Eiken op de akker aan de van Mentadalaan-zijde als landschapselement gespaard moeten blijven. Ook in de verkoopakte van april 1961 van notaris Felderhof wordt uitdrukkelijk vermeld, dat ‘de op de westgrens van het verkochte staande eikenbomen’ niet onder de koop begrepen zijn. De eiken zijn dus nog in eigendom van de N.V. De grond er onder echter niet meer. De N.V. was in 1928 voor 30 jaar opgericht, zodat in 1958 een statutenwijziging moest worden doorgevoerd. Met deze wijziging werd het voortbestaan van de N.V. voor onbepaalde tijd verlengd, de vestigingsplaats werd van Wildervank naar Rolde verplaatst en het aantal aandelen werd verhoogd van 25 naar 50 aandelen van f 1.000,- waarvan  de helft was volgestort. Aan het bovengenoemde woningbouwprogramma op de Rolder Es ging een planning voor aansluiting van het dorp, de omliggende gronden en de buitengebieden op een gemeenschappelijk waterleidingnet, vooraf. De N.V. kreeg een aanbieding voor aansluiting van ’t Mul. Tot dan toe werd water verkregen uit een regenput. (Afvoer van het dak via een stortbak vol cokes naar een bak onder het zitje aan de noordwest zijde van het huis.) Stortbak en put moesten geregeld worden schoongemaakt maar toch smaakte het water naar rottend plantenmateriaal. Aan de noord zijde van het huis lag nog een 12 m diepe wel. In de kelder stonden twee pompen, die twee druktanks met water vulden en via een ingewikkeld buizenstelsel met 22 afsluitkranen, konden alle kamers van water worden voorzien. Toch stonden in droge zomers beide putten droog en kwam er geregeld een tankwagen de regenput met water van de melkfabriek vullen. De kosten van aanleg vanaf het dorp langs de Nijlanderstraat waren wel hoog, maar wij zouden zo van het geregelde watergebrek zijn verlost. ( En de gemeente kon dan goedkoper de verdere aanleg naar het sportveldencomplex bekostigen! ) Steven trapte daar niet in en liet uit balorigheid een tweede wel slaan, die niet op 15 meter, niet op 30 meter, niet op 50 meter, maar pas op 70 meter diepte water gaf, waardoor de kosten die van de leidingaanleg vanaf het dorp angstig benaderden. Dat dit water wegens een te hoog ijzergehalte door de provincie voor consumptie werd afgekeurd, typeert de dorpspesterijen in die tijd. Toen eenmaal de Es was volgebouwd kon met aanzienlijk lagere kosten het huis vanaf de gas- en waterleiding in de van Mentadalaan worden  aangesloten, zodat de thee beter te drinken werd en een gaskachel de plaats van de turfkachel kon innemen. De aanleg van de waterleiding in Nooitgedacht was een van de redenen om bij de bovenvermelde verbouwingen van de boerderijen ook de douchecellen aan te leggen, wat voor de N.V. weer hogere kosten met zich meebracht.  Volgens het nieuwe stratenplan op de Rolder Es moest er een verbinding gemaakt worden van de Es en de Nijlanderstraat tussen het land van Brinkman en het terrein van ’t Mul. Steven hoopte op een ruiling, 4,5 are van de punt van het terrein aan de gemeente tegen een strook bos van de Boermarken aan de zuidzijde tot het reeds daar lopend fietspad. Bij deze ruiling zou ook de strook bos aan het begin van de Amerzandweg  kunnen worden betrokken. Steven had moeten inzien, dat bij deze driehoeksruil, waarbij de Boermarken grond zou kwijtraken t.b.v. grondaankopen door de gemeente met als lachende derde de heer Duintjer, waarmee een aantal volmachten niet op al te beste voet stonden, niet haalbaar was. De onaangename sfeer in de onderhandelingen werd nog verergerd, doordat enerzijds de gemeente zonder overleg een toegangsweg naar het zwembad over de smalle strook grond van de N.V. liet aanleggen en anderzijds door de wat bemoeizuchtige correspondentie van Steven over de technische aspecten van de zwembadaanleg. De gehele zaak eindigde met een onteigeningsprocedure voor de grond aan de punt en een stilzwijgende annexatie van de bosstrook naast het zwembad. Wettelijk is de N.V. nog steeds eigenaar en als er kosten voor onderhoud moeten worden gemaakt na stormschade of als er in de omgeving wildschade wordt geconstateerd, dan staan Gemeente en Boermarken zeer snel met een rekening bij de N.V. op de stoep. Toen er op een hoekje uienaanplant vraatschade werd geconstateerd, werd dat natuurlijk veroorzaakt door de konijnen die in de 7 m brede strook middenin het aangrenzende bos huisden. Om te bewijzen dat konijnen geen uien lusten, werden tamme dieren uienstengels en konijnenkorrels voorgezet. Alle dieten gingen eerst aan het uienblad knagen!  Ondanks al deze ruilingen en verkopingen blijven de financiën van de maatschappij zorgelijk. Er wordt gekeken of een directiesalaris ( f 450,- ) en een huur van het huis ( f 500,- ) fiscaal enig voordeel zou opleveren, maar dergelijke kleine bedragen t.o.v. de hoge onderhoudskosten vormen slechts een druppel op een gloeiende plaat. Meer profijt lijkt men te zien in het bewerken van het akkerland door een loonwerker in eigen beheer, in plaats van het in pacht uitgeven tegen de toentertijd zeer lage pachtnormen. Als Bram Schoon dan ook na afloop van zijn zesjarig pachtcontract niet meteen voor verlenging op de stoep staat, wordt de pachtovereenkomst verbroken en wordt zijn land ( 2n, 3c en 3d ) in eigen exploitatie genomen. De financiering is niet duidelijk –10/16 deel van de opbrengst zou de maatschappij ten goede komen en 6/16 privé – maar een verdere specificatie is in het archief niet meer te vinden. Wel kan uit de jaarstukken worden gelezen, dat de exploitatie van los land (gezamenlijk) in dat jaar van f  1.600,- tot f  4.000,- steeg. Ook de bosbouw begint door verkoop van dunningshout tot een betere financiële toestand bij te dragen. De rentabiliteit van bosbezit is in deze tijd over het algemeen zo laag dat veel particulieren hun bos aan de staat verlopen. Om deze tendensen wat af te remmen wil de overheid stichtingen, verenigingen en particulieren, die bos bezitten, gaan subsidiëren onder voorwaarde, dat deze terreinen voor het publiek vrij toegankelijk worden (1967).  Heideterreinen en ‘woeste gronden’ worden nu prompt met bomen ingeplant of worden niet meer onderhouden, waardoor ze vanzelf dichtgroeiden en zo voor een bosbijdrage in aanmerking konden komen. Om dit soort natuurterreinen te beschermen werd de overheid nu wel gedwongen ook het beheer van deze terreinen te subsidiëren (1977). Teun Lever, oorspronkelijk als jachtopzichter bij de jagers in dienst, wordt als toezichthouder voor 1/3 van zijn tijd op de loonlijst van de maatschappij gezet. Zijn gehele loon wordt wel door de N.V. betaald, terwijl zijn andere jachtheren de bedragen aan de maatschappij overmaken. Ook hier wordt er weer slecht beheerd. Rekeningen worden traag vereffend en na zijn verongelukken blijft de N.V. met de schulden zitten. Nu het landgoed uit één aaneengesloten geheel bestaat, betekent dat niet het einde van grond aan- en verkopen. In 1968 komt Rijkswaterstaat met het plan voor de aanleg van rijksweg 33; Assen – Gieten. Er werden twee tracé ’s uitgezet, één over de kwekerij aan de zuidkant van het Juffersbos, waardoor dit van de rest van het landgoed zou worden afgescheiden, en één over de noordkant. Deze laatste optie werd afgekeurd, omdat de weg dan te dicht bij het zwembad zou liggen. door de uitvoering van het eerste tracé blijft het Juffersbos en het noordelijk deel van de wei 5d bij de N.V. , en worden het Vogelbosje, wat losse stukjes in de Boerdennen en het noordelijke gedeelte van de akker van Weltevreden (4r) verkocht. ( Kad. R 1756, 1065 en 1066.) De wei van buurman Heuving aan de eikenlaan wordt doormidden gedeeld. Het zuidelijk deel kunnen wij als compensatie van Rijkswaterstaat terugkopen tegen het dubbele van de prijs die zij voor onze grond geven. Door het niet verlenen van recht van overgang over de eikenlaan langs Weltevreden is dit perceel koor niemand anders te benutten en neemt de N.V. een afwachtende houding aan. Eenmaal probeert iemand via de weg-in-aanleg over de sloot de akker in gebruik te nemen! In totaal valt ruim 3,5 ha natuur ten prooi aan het snelverkeer. In 1970 overlijdt Steven Duintjer, waardoor de erfgenamen betrokken worden bij het beheer van het landgoed. Dit betekent meer rapportage, waardoor meet gegevens in het archief achterblijven. Mevrouw E.F. Duintjer-Jordaan verkrijgt nu alle aandelen, waarbij het bestuur van de N.V. wordt overgelaten aan 2 directeuren; S. Bakker en H.P.Maas Geesteranus, en aan 2 commissarissen; C.D. van der Blij en M.M. Duintjer. Financieel blijkt de maatschappij een schuld aan de erven te hebben van f 200.000,- , meer dan het aandelenkapitaal, en nog een verliessaldo op de balans vanf 63.000,-. Er heeft een herwaardering van het onroerend goed plaats en de schuld wordt omgezet in een 6% hypothecaire lening, waarvan de aflossing voorlopig niet zal plaatsvinden. Het boekjaar wordt aangepast een de normale periode van 1 januari tot 31 december. In 1972 komen er nieuwe wetten op de ondernemingen en wordt in dat jaar de N.V. in een B.V. omgezet. Tevens worden, i.v.m. de verdeling ven de erfenis de nominale waarden van de aandelen tot f 100,- opgesplitst.  Het is zeker nog niet rustig aan het front van de grondinkopen. Het stukje- sinds 1950 totaal verwilderde- grond bij het station, in de oorlog de fazantenkwekerij, wordt verkocht. Hardenberg biedt zijn akkers aan de westzijde van het landgoed te koop aan. Hoewel nog gepoogd wordt deze strook onderhands in één stuk te kopen, meende de verkoper dat deze akkergronden aan de Rolder boeren ten goede moesten komen en vreesde dat de B.V. er bos op zou planten. De strook werd in kleine percelen geveild. Er was nog zoveel animo onder de boeren, dat de grond een voor die tijd buitensporig hoge prijs opbracht. Gebrek aan financiële middelen heeft de B.V. met het oog op een naderende ruilverkaveling voor een financiële strop behoed. Positief was wel, de toezegging dat het oeverland van de Klaas Steen-ven t.z.t. aan de B.V. zou worden aangeboden. Dit gebeurde dan ook in 1975, waardoor 1,8 ha wei voor f. 25.000,- kon worden aangekocht. De wei sloot wel aan bij de waterplas, maar er lag nog een strook grond tussen de wei en het bos, 1 r/s/t, welke wij bij de komende ruilverkaveling hoopten te verkrijgen. Deze kwam er in 1974 aan en zorgde voor veel onrust op het landbouwvlak. Het landgoed werd gelukkig ingedeeld onder ‘landschapspark’ waardoor geen grote ingrepen in het terrein mochten werden uitgevoerd. Geen ruiling van akkergrond, wel verandering en verbetering van de waterafvoer en een plaatselijke beperking van bemesting en gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Wel moest de B.V. voor het volle pond bijdragen in de kosten en 5% akkerland inleveren. De ruilverkaveling omvatte zowel de gronden ten noorden als die ten zuiden van het dorp. Door de niet tot de B.V. behorende gronden de Slokkert van de erven te kopen, konden deze bij de ruilverkaveling worden ingeleverd, waardoor de eenheid van het landgoed ten zuiden van het dorp behouden kon blijven. Echter door een eerder opgedrongen pachtcontract met het landgoed Meinderdsveen was de B.V. verplicht de akkergrond van de Slokkert te compenseren, of door elders extra akkergrond te kopen of door bouwland op het eigen landgoed aan te bieden. Daar de maatschappij er niets voor voelde, het aantal pachters op het landgoed uit te breiden, besloot de directie het dilemma aan de ruilverkavelingcommissie over te laten. Tegelijk poogde de directie deze commissie gunstig te stemmen door van pacht vrijkomende akkers te verhuren als compensatiegrond voor die akkerbouwers, die door grondwerkzaamheden tijdelijk hun gewassen niet konden verbouwen. Zo lag daar de wei, onbewerkt, die van Hardenberg was gekocht. Pachter Lensen stopte met boeren, waardoor de akker achter de ‘Oostenrijkse dennen’ vrijkwam. In de Holten werd een weide van Fluks ingeleverd. Maar de B.V. had ook wensen , nl. het stukje grond tegen de snelweg, vroeger van Heuving en de strook bij Klaas Steen tussen bos en de pas gekochte wei van Hardenberg. De waterafvoer, vroeger naar de Grolloërstraat, veranderde van richting langs de Klaas Steenweg via het Benesbosje richting Deurzer Diepje. De gedachtenwereld bij de overheid is veranderd. Bos heeft nu een hogere prioriteit qua bescherming dan bouwland. Er mag geen boom geveld worden. De afwateringssloot langs de Klaas Steenweg moest vanaf de Grolloërstraat vier maal doorgraven worden om zo min mogelijk bos te beschadigen. De lage delen van de akker 4b werden gedraineerd met een sloot langs de eikenwal naar de Klaas Steenweg en een doorgraving van de wal met afvoer naar de Amerzandweg. Tenslotte zorgde de ruilverkaveling nog voor een afwateringssloot aan de oostzijde met afvoer van water naar de Holten, waardoor de slurf aan de akker van Venema in de Holten verdween. De Hardenbergweg is een ander verhaal. Op het laagste punt ter hoogte van de Kleine Heide, maar ook het stuk door het tweede Benesbosje werd geregeld stuk gereden door de boeren en plaatselijk als ‘wendakker’ gebruikt. Bij de ruilverkavelingplannen heeft de directie te weinig aandacht besteed aan de voorgestelde veranderingen. Toen bleek dat het noordelijk deel met het tweede Benesbosje naar SBB, en het deel langs het bos naar buurman Schoon ging, was het te laat om in te grijpen. Onder het mom van een wettelijke verplichting, dat het bos voor de brandweer bereikbaar moest zijn en omdat langs deze weg het gekapte hout moest worden afgevoerd, werd het recht van overweg door het Benesbosje verleend en werd de oostelijke weghelft langs het bos aan de B.V. toegewezen. Hiermee werd voorkomen dat de boer de weg zou omploegen en aan zijn akker zou toevoegen. Op het laagste deel op het land van Schoon werd langs de weg een sloot gegraven, die met een duiker op de afwateringssloot naar de Amerzandweg liep. Schoon moest deze sloot onderhouden evenals het westelijk deel van de weg. Dit verhinderde hem niet zijn wegberm van struiken te ontdoen, om te ploegen en dit bij zijn akker te voegen. De hele weg wordt zo weer als wendakker gebruikt. Daar er in het noordelijk deel nog wat los land ligt, zou overwogen kunnen worden in de toekomst het tweede Benesbosje en de vuilstort van SBB over te nemen, zodat de grens van het landgoed tot de Amerzandweg zou reiken.