Familie log in

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Geschiedenis deel 2

In de oorlog werden t.b.v. de nijpende voedselsituatie diverse stukken heide ontgonnen, die men later weer braak liet liggen. Zo vertelede B. Venema, dat hij in de oorlog diverse malen over de - niet geregistreerde - grafheuvel in vak 2f had geploegd. Met perceel 2l is omstreeks die tijd de heide daar ontgonnen. Vak 2f liet men na de oorlog weer braak liggen en was in het begin van de zestiger jaren weer heide. Tijdelijk in cultuur brengen van de heide kwam wel meer voor. Oude R. de Groot vertelde o.a. dat vak 1b zo’n mooie pootaardappelakker was geweest. Eigenaar, pachter en bewerker van de grond behoefde destijds niet dezelfde personen te zijn.De landbouwsubsidie wordt later uitgebreid met die voor de bosbouw. Hierdoor gaan vele grondeigenaren hun onvruchtbare ‘woeste’ grond met bomen inplanten. Hierdoor ontstaat er een plotseling tekort aan plantsoen en zo zien wij bij de diverse landgoederen kleine boomkwekerijtje voor eigen gebruik ontstaan, waar zaailingen tot 3- en 4-jarig plantgoed wordt opgekweekt. Zo werd ook op ons landgoed aan de zuidzijde van het Juffersbos, op de plek waar nu de snelweg loopt, een kwekerij gestart, gekweekt in dezelfde grondsoort sloegen zij veel beter aan dan de aangevoerde handelsgewassen uit de koelhuizen van de Brabantse kwekerijen. Steven toonde zijn bezoekers dan ook trots hoe goed zijn Lariks-inplant, ondanks de zeer droge zomer van 1959, dat jaar bijna volledig was aangeslagen. (hij vergat gemakshalve echter dat door de ernstige myxamytose uitbarsting er ook geen konijnen waren, dus geen vraat!)Voor nu op de ontwikkeling van de bosbouw in te gaan, keren wij terug naar de pogingen om van het zeer versnipperde landgoed een aaneensluitend geheel te maken. Toen dat door aankopen niet meer bleek te lukken trachtte de maatschappij door grondruil de witte plekken op te vullen. Op 7 september 1939 viel de eerste grote slag. Een akker van 5 ha. gelegen in het Hoge Veld werd geruild tegen een strook heide, lopende van de Oostenrijkse dennen naar de snelweg. De meest oostelijke strook bouwland van Weltevreden naast de woning werd met de Groot geruild voor zijn akker 2n tussen Stevensbos en Middenbos. Van de Markgenoten werden de beide openbare wegen, de Oosterholt- en de Westerholtweg verkregen en met Heuving kwam een ruiling tot stand, waarbij hem een weideperceel ter hoogte van het Juffersbos werd gegeven in ruil voor een strook heide in het huidige Stevensbos. Tenslotte werd nog een smalle akkerstrook op het ‘Land van Tepper’ inclusief de Westerholtweg geruild tegen de meest westelijk strook van het Caravanbos. Deze ruiling hield de verplichting in langs de westkant van het perceel een nieuwe openbare (!) weg, de latere ‘Hardenbergweg’ aan te leggen ter vervanging van de Westerholtweg. Bij het station van Rolde werd vlak bij de woning van de toenmalige jachtopzichter van der Berg in begin 1940 een stukje grond van NS gekocht ten behoeve van het inrichten van een fazantenkwekerij.Vervolgens kwam, hoewel oorspronkelijk slechts zijdelings voor de NV van belang, in het voorjaar van 1940, 3,8 ha. moeras en oeverland en een 3,3 ha. akker met een bedrijfsgebouw ten noorden van Rolde ter veiling. Dit gebied, beter bekend onder de naam ‘De Slokkert’ werd op 4 juli 1940 van de wed. Lamberts te Odoorn voor ƒ 8.800,= gekocht. E. Benes en Steven hadden hier vroeger gejaagd en het was mogelijk hun bedoeling vanuit deze gronden in eigendom de jachtpacht van de omliggende landerijen te bemachtigen. Daarom zouden deze percelen dan ook niet in de NV moeten worden opgenomen. De akkers en de woning worden aan H. Weggemans te Balloo in pacht gegeven tegen een totaalprijs van ƒ 380,=. Blijkens een wijzigingsovereenkomst van het pachtcontract valt het volgende jaar reeds de woning af en wordt deze als vakantiewoning aan C.D. van der Blij verhuurd tot in 1945 de gemeente Rolde het huisje vordert om de woningnood in het dorp te helpen lenigen. Nu blijkt het terrein toch weer bij de NV te horen, want in augustus 1945 huurt H. van der Laan de woning van de NV (?). In januari 1949 trekt het gezin van chauffeur Ratering erin en wordt het huurcontract door W. Benes en S. Duintjer als eigenaar (!) ondertekend. Dit gezin bewoont het boerderijtje zodanig, dat de beide eigenaren herhaaldelijk de kosten van vernielingen uit eigen beurs moeten betalen. Daarom liet W. Benes na het overlijden van E. Benes en enige tijd mede-eigenaar van onverdeelde boedel, zich uitkopen en werd het privé-bezit van S. Duintjer. Hoewel er in het archief geen stukken meer aanwezig zijn, moet Steven de woning met erf vrij spoedig daarna verkocht hebben. De akker en de plas blijven behouden en worden aan het einde van de vijftiger jaren door de pachter verlaten. Daar de Heidemij meer landgoederen in de omgeving beheert, neemt zij onder schriftelijk vastlegging de exploitatie van het land op zich door nu eens vee van het ene landgoed in te scharen, of dan weer de akker voor een jaar aan een ander te verhuren. Tenslotte wordt de grond jaarlijks onderhands in huur gegeven aan Meinderdsveen, het landgoed van Hessel Duintjer, welke ook door de Heidemij wordt beheerd. Toen er ruzie optrad tussen de eigenaren van Meinderdsveen en de Heidemij kwam ook de mondelinge afspraak met betrekking tot ‘de Slokkert’ in het nauw. Met de ruilverkaveling in zicht probeerden die eigenaren munt te slaan uit de afwezigheid van schriftelijke vastlegging en vorderden bij de pachtkamer het opmaken van een pachtcontract, zodat zij de vruchten van de herindeling konden plukken en niet de eigenaar van de grond. Als persoonlijk eigenaar van het terrein zou hij bij verlies van het eigendomsrecht door de ruilverkaveling de pachter schadeloos moeten stellen door ergens anders grond te kopen. Maar daarover later.Eerst gaan wij terug naar de oorlogstijd. Groeide het landgoed langzaam tot één geheel, ook administratief groeide de N.V. langzaam tot wasdom. Sinds 1942 worden er jaarstukken geproduceerd. Eerst wel uiterst summier, maar er kunnen enige historische gebeurtenissen uit worden afgeleid. We vernemen, dat het boekjaar zich over 1 april tot 31 maart uitstrekt, een veel voorkomende periode in de landbouw, omdat de oogst per 1 januari financieel nog niet geheel verwerkt is. De jaarstukken worden nu wel door een accountant samengesteld op basis van de afrekeningen van de Heidemij, maar een controle had niet plaats. Specificatie van baten en lasten bij de diverse exploitaties vallen buiten de beoordeling van de accountant. Wel kan uit de jaarstukken worden afgeleid welk deel van de exploitatie van ’t Mul voor rekening van de N.V. komt. Verzekeringen, alle soorten belastingen, onderhoud en telefoon-abonnement  worden door de N.V. betaald. Om belasting-technische redenen betaalt Steven geen huur en blijft in de jaarstukken de opvoering van de huurwaarde achterwege. Aan de hoogte van de bedragen voor onderhoud kan toch worden opgemaakt dat Steven veel uit eigen beurs heeft betaald. Uiteraard had er gedurende de oorlog geen grondtransactie plaats. Wel werd er bos ingeplant en werd er op vak 3f turf gestoken. Dit perceel is een ‘Pingo’ uit de laatste ijstijd, een komvormige uitholling in de tijd van de ‘permafrost’ ontstaan door dooien en weer opvriezen van de bovenste grondlagen. De keileemlaag op de bodem verhinderde na het terugtrekken van het ijs het opdrogen. Het hierin ontstane veen leverde een hoge kwaliteit turf. Men stak over enkele m2 de grond op turf-grootte af, zodat een kistvormig mangat ontstond. Bij het aan steken van een waterader liep het gat zeer snel vol en was het zaak zo gauw mogelijk uit het gat te klimmen. Een paar meter verder kon dan weer opnieuw gegraven worden, daar het veen het water vasthield en het nieuwe gat pas volliep als er weer een waterader aangesneden werd. Zo zijn de rechthoekige, diepe gaten in dit terrein ontstaan. In de loop der tijden overgroeide de vegetatie de loodrechte wanden, waardoor vele dieren te water raakten, niet meer langs de steile wanden er uit konden klimmen en door uitputting verdronken. Ook menig jager en drijver haalde hier een nat pak en moest door helpers op het droge worden getrokken. In 1946 werd nog voor het laatst turf verkocht. Na de oorlog wordt er wat geschoven met de verpachtingen. Fluks van Hollandsch hoeve krijgt een nieuw pachtcontract, Schoon deed als pachter zijn intrede op de akkers midden in het landgoed en er kwamen nog twee tijdelijke pachters, Klancke en Kwant bij. De voedselvoorziening van Nederland was in die tijd nog zo krap, dat veel akkergrond onder beheer van het ‘Voedselcommissariaat’ werd geplaatst. Waarschijnlijk is toen de akker van vak 4n geheel ontgonnen en bouwrijp gemaakt. Deze verplichte akkerbouw duurde tot 1953. Zo werden toen nog plannen gemaakt om de heide van het ‘Hoge Veld’ te ontginnen. Uit de begroting blijkt dat men dacht slechts 3 ha met een trekker te kunnen omploegen en dat er 7 ha met de schop moest worden omgezet (!). Deze laatste oppervlakte was te groot, de kosten waren te hoog en de arbeidskrachten in een tijd van weinig werkloosheid niet meer voor dat doel te krijgen. Gelukkig is deze verwoesting van onze heidevelden niet doorgegaan. Wel werd de Klaassteenweg, tot dan toe een zandweg, van de Grolloërstraat tot aan Hollandsch Hoeve met klinkers bestraat en werd deze als zandweg naar de Nijlanderstraat doorgetrokken. De vier boerderijen aan deze weg konden de kosten van de bestrating niet direct opbrengen. Daarom werd de Waterschap Weg door het Rolder-, Nijlander- en Deurzerveld gesticht. De N.V. verstrekte de lening van f 9.500,- tegen een rente van 4%, zodat zij hieruit jaarlijks weer inkomsten verkreeg. Bij de start van de werkzaamheden aan de ruilverkaveling van 1975 werd deze lening geheel afgelost. In 1953 werd een stuk bouwland met ven aan de Borgerstraat, nog onderdeel van de vroegere Isodorushoeve, en waar nu de Camping Nooitgedacht staat, geruild tegen 4 ha akkerland naast het Meeuwenven-complex aan de oostzijde en in eigendom van A. Haange. Met de toevoeging van kavel 624, nu vak 3n, ten zuiden van de Klaassteenweg, is het landgoed eindelijk aaneengesloten. Lensen, Brands en Ubels worden de nieuwe pachters in plaats van Klancke en Kwant.